logo

Mag een horecaportier dan helemaal niets meer in de uitoefening van zijn functie

Tenlastelegging

Mijn cliënt wordt verweten dat hij op of omstreeks 22 januari 2016 te Den Haag (slachtoffer) heeft mishandeld door die (slachtoffer):

– te duwen waardoor zij tegen een muur ten val is gekomen en/of
– in/tegen het gezicht te slaan waar die (slachtoffer) is gevallen en/of
– aan de haren te trekken;
(artikel 300 lid 1 Wetboek van Strafrecht)

Pleidooi

(Het slachtoffer) heeft pas na zes maanden aangifte tegen mijn cliënt gedaan van de vermeende mishandeling. Bijzonder, daar als (het slachtoffer) van mening was dat zij daadwerkelijk door mijn cliënt was mishandeld, dan had zij direct aangifte moeten doen. Niet pas na zes maanden, nadat een aantal betrokkenen zijn gehoord in de strafzaak tegen haar vriend in verband met de aangifte tot bedreiging van mijn cliënt met een mes.  

Mijn cliënt heeft uit hoofde van zijn functie als beveiliger (de vriend van het slachtoffer) uit café Millers gezet. Op zichzelf verliep dat prima en mocht zelfs (de vriend van het slachtoffer) zijn vrienden waarschuwen en de kaartjes voor de jassen geven zodat zij met zijn allen naar buiten konden. Helaas dacht (het slachtoffer) daar anders over. Zij wilde zoals zij zelfverklaard op niet mis te verstane wijze verhaal halen. Daarbij heeft zij mijn cliënt direct in zijn gezicht geslagen. Mijn cliënt heeft een correctietik hierop uitgedeeld als reflex waarbij geen pijn of letsel bij (het slachtoffer) te zien was of te horen. Hierover rept zij ook niet in de aangifte. De correctietik was een klap in het gezicht met open hand en weinig kracht. Niet gericht op pijn maar op ophouden met verzet tegen het uitzetten.

Mijn cliënt heeft de grenzen van proportionaliteit niet overschreden door een correctietik uit te delen. Van hem kan niet verlangd worden dat hij zich tegen de aanhoudende agressie van (het slachtoffer) en het gevaar voor aanranding van zijn lijf (wellicht zou ze nogmaals slaan) onttrok.

Mijn cliënt heeft geen opzet gehad op het zogenaamd mishandelen van (het slachtoffer), hij oefende slechts zijn taak uit door (de vriend van het slachtoffer) buiten te zetten hetgeen (het slachtoffer) willens en wetens belette. Daarop werd (het slachtoffer) er ook uitgezet. Mijn cliënt heeft (het slachtoffer) op gepaste wijze naar buiten gezet maar niet zo hardhandig dat daar letsel of pijn door ontstaat. Hij heeft niet aan haren getrokken daarbij.

Als laatste in de aangifte wordt gesteld dat mijn cliënt (het slachtoffer) tegen een muur zou hebben gegooid. Mijn cliënt ontkent dit te hebben gedaan. Dat is dit ook niet kan, is omdat er geen muur bij café Millers is waar betrokkenen langs zijn gekomen.

(Het slachtoffer) heeft pijn dan wel letsel aan haar schouder bekomen door de aanhouding van de politie in burger. Niet alleen is zij door (politieagent 1) op de grond geduwd waardoor zij ten val kwam, ook daarna nog door (politieagent 2) die haar naar achter heeft gebracht door haar aan de schouder beet te pakken en haar naar achteren te gooien, zodat zij op haar rug viel.

Duidelijk uit het dossier blijkt dat (het slachtoffer) een zeer opgewonden (agressief) dan wel dronken standje was. Niet alleen heeft zij mijn cliënt direct geslagen in het gezicht, ook heeft ze agent (politieagent 1) direct in zijn gezicht gekrabd. Aan niets wilde zij meewerken, niet aan de uitzetting bij café Millers en niet aan haar aanhouding door de politie. Juist door dit gedrag te vertonen is de avond geëscaleerd en heeft zij letsel opgelopen, echter niet omdat mijn cliënt haar mishandeld heeft. Op pagina 9 merkt (politieagent) ook niet voor niets op dat “de processen-verbaal geen belastende zaken bevatten voor mijn cliënt. Gezien deze processen-verbaal zeggen zij meer iets over de gemoedstoestand van de aangeefster”. Zij is ook niet voor niets bekeurd voor openbare dronkenschap (roken sterke alcohollucht uit de mond van (het slachtoffer)), is hardhandig aangehouden, reageerde zeer agressief, bleef de hele tijd schelden. Dit gedrag van (het slachtoffer) bevestigt het relaas van mijn cliënt dat hij wel een correctietik moest uitdelen daar zij niet gewoon meewerkte aan uitzetting.

Wat ik wel zeer namens mijn cliënt betreur is hoe deze kwestie is aangepakt. Alle andere betrokkenen hebben een sepot ontvangen, maar mijn cliënt moet na meer dan twee jaar terechtstaan voor een feit wat hij niet heeft gedaan en voor letsel wat hij niet heeft toegebracht.

Pijn of letsel

Het letsel is niet ontstaan door het optreden van mijn cliënt maar door het optreden van de politie. (Het slachtoffer) zelf zegt ook dat het letsel “de schouderbreuk” voor haar gevoel buiten is opgelopen, door het optreden van de politie. Zij geeft niets aan over pijn of letsel door de correctietik.

Strafmaat

De mishandeling kan niet wettig en overtuigend bewezen worden verklaard, zodat er vrijspraak moet volgen daar mijn cliënt een geslaagd beroep op noodweer toekomt en niet kan worden geacht dat de ten laste gelegde gedragingen als wederrechtelijk en daarmee als mishandelend kunnen worden gezien.

Requisitoir Officier van Justitie

De officier van Justitie vond dat de mishandeling wettig en overtuigend bewezen kon worden verklaard. Een portier mag niet zomaar een klap uitdelen, ook niet in de uitoefening van zijn werkzaamheden.

Uitspraak rechter

De rechter maakte korte metten met het requisitoir van de Officier van Justitie en was het volledig met mij eens. Mijn cliënt heeft niet de grenzen van de proportionaliteit overschreden door een correctietik uit te delen. Mijn cliënt heeft enkel om de aanval van (het slachtoffer) te doorbreken een klap gegeven om haar buiten te zetten. Daarbij gaf de rechter te kennen dat je als horecaportier niet alles hoeft te pikken en je jezelf binnen de grenzen mag verdedigen. Aldus een geslaagd beroep op noodweer.

Vrijspraak!

Rechtbank Den Haag, 15 februari 2018, parketnummer 09/148705-17

Leave a reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *